Rechtbank Leeuwarden vervolgt moeder wegens tegenwerken omgangsregeling

peterprinsen.nl

Waarom tot dusverre wèl aangiftes tegen vaders werden opgenomen, maar nooit tegen moeders.

Voor het eerst wordt een moeder strafrechtelijk vervolgd voor het niet naleven van de omgangsregeling tussen haar ex-man, i.c. Peter Brons, en hun beider kind. Op donderdag 5 februari 2009 doet de meervoudige strafkamer van de rechtbank te Leeuwarden uitspraak. De Officier van Justitie had de moeder onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag of het desbevoegd uitgeoefend opzicht ten laste gelegd. Artikel 279 Wetboek van Strafrecht (art. 279 Sr) stelt daar een maximumstraf van 9 jaar op. De Officier van Justitie eiste tegen de moeder, ‘first offender’, een taakstraf van 100 uur, waarvan 40 uur voorwaardelijk.

Opzicht’ in de zin van art. 279 Sr: Toevertrouwing wèl, omgang niet

Eenzijdige vervolging van vaders op grond van art. 279 Sr vindt al van oudsher plaats. Dat kwam omdat vroeger, tot 1995, na echtscheiding aan één van de ouders (meestal de vader) het gezag werd ontnomen. Bracht een vader aan het einde van het omgangsweekeinde het kind niet op tijd terug naar de moeder, dan heette dat ‘onttrekking aan het gezag en stond meestal diezelfde avond de politie voor de deur. Gebeurde dat tijdens de voorlopige voorzieningenperiode (v.v.) - waarin het kind door de rechter praktisch altijd aan de moeder was toevertrouwd - dan heette het ‘onttrekking aan het desbevoegd uitgeoefend opzicht, ook al was het gezag van vader formeel nog niet opgeheven. Weigerde de vader alsnog gevolg te geven, dan werd het kind door de politie opgespoord en naar de moeder teruggebracht. Tegen de vader volgde dan onverbiddelijk een strafrechtelijke vervolging waarbij, afhankelijk van de halsstarrigheid van de delinquent, straffen werden opgelegd variërend van taakstraf tot 8 jaar gevangenisstraf. Een omgangsregeling werd toen nog niet geacht een ‘opzicht’ in de zin van art. 279 Sr te zijn, toevertrouwing wèl . Een vàder kon dus wèl onttrekken aan gezag of (tijdens v.v.) opzicht van de moeder, een moeder niet omdat laatstgenoemde zelf gezag of opzicht uitoefende.

2005: Ook omgang is ‘opzicht’ in de zin van art. 279 Sr.

Sinds 1995 kan het ouderlijk gezag na echtscheiding in stand blijven. Sinds 1998 is dat zelfs de regel. In de praktijk wordt bepaald dat het kind hoofdverblijf bij moeder heeft, maar het woord ‘hoofdverblijf’ stond niet in de wet. Het heeft dus niet de status van ‘toevertrouwing’ zoals bij voorlopige voorzieningen plaats vindt. Er was toen een vader die redeneerde: als ik mijn kind bij mij houd onttrek ik het noch aan een ‘toevertrouwing’, want die is er niet (meer), noch aan het wettelijk gezag, want dat oefen ik zelf uit – ik kan dus niet vervolgd worden! Daar heeft de Hoge Raad in februari 2005 een stokje voor gestoken: voortaan gold ook de omgangsregeling als (zeg maar: beurtelings) ‘opzicht’ in de zin van art. 279 Sr.

Gelijke monniken, gelijke kappen

Maar als onttrekking aan de omgang door een vader strafbaar is, dan moet dat ook voor de moeder gelden. Dat is de redenering die veel vaders volgen, en die in het geval van Peter Brons weerklank heeft gevonden bij de Officier van Justitie.

De betwiste rol van het strafrecht

Sinds 1979 heb ik gepleit voor strafrechtelijke handhaving van het omgangsrecht. Steeds werd dat afgewezen en werd de voorkeur gegeven aan mediation, terwijl iedereen weet dat daarvoor wederzijdse bereidheid moet bestaan. "Het is toch niet in het belang van het kind indien we moeder vervolgen?" is een veel gehoorde rechtvaardiging. O nee? Is vader vervolgen dat dan wèl? "Strafrechtelijke vervolging van de onwillige moeder verscherpt de relatie tussen de ouders". O ja? Doet vervolging van vader dat dan niet? Of: "We kunnen toch niet op al die dui­zenden overtre­din­gen van de omgangs­re­geling wekelijks de politie afsturen"? Nee, natuurlijk niet. Maar als we omgang net zo resoluut zouden regelen en hand­ha­ven als gezag, zou het gauw over zijn met die massale overtredin­gen en evenzo met de noodzaak tot vervolging.

Strafrecht als preventie

Vaak wordt het strafrecht afgewezen omdat gevangenisstraf een te draconische maatregel zou zijn. Anderen vinden vaders die aangifte doen gedreven door wraakbelustheid. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop, maar verder getuigen die argumenten vooral van onbegrip voor hoe het in de praktijk werkt.

Wat gebeurt er als een vader het kind niet terugbrengt na het omgangsweekeinde? Zodra de moeder onraad ruikt belt zij de politie, die terstond poolshoogte gaat nemen. Sommigen zullen juist zulke moeders verwijten zich door rancuneuze motieven te laten leiden. Wat daarvan ook zij, feit is dat vaders weten dat zij zich maar beter aan de regels kunnen houden. Wie dat niet doet wordt gevonden, waar ter wereld ook. Is hij halsstarrig dan kan hij op een fikse gevangenisstraf rekenen. Draconisch? Ja, soms wel, maar uiterst preventief: verreweg de meeste vaders houden zich aan de wet.

Waarom houden moeders zich massaal zo slecht aan de wet? Waarom werkt mediation zo slecht? Omdat moeders weten dat zij kunnen doen wat zij willen.

Legitimiteit van de handhaving

Handhaving van het omgangs-, gezags- en zorgrecht vindt op verschillende niveaus plaats. Het eerste en belangrijkste niveau is dat van de politie. Het tweede niveau is dat van Justitie en Strafrechter.

De politie beschikt over verschillende instrumenten, de zogenaamde dwangmiddelen van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Zo kan de politie opsporingsmiddelen inzetten (er op af gaan), de verdachte ouder aanhouden, waarschuwen, hem of haar ontbieden op het bureau, proces-verbaal opmaken, het kind brengen naar de ouder bij wie het op dat moment hoort, de verdachte ouder in verzekering stellen. Dat zijn middelen die in de praktijk bijzonder effectief blijken in de zin dat meestal de zaak geseponeerd kan worden omdat de verdachte ouder alsnog de koninklijke weg bewandelt. Er komt geen rechter aan te pas. Maar voor al deze middelen geldt, dat de politie die dwangmiddelen pas mag inzetten indien dit gedekt wordt door de aannemelijkheid dat de rechter, àls die er ooit aan te pas komt, een straf, hoe gering ook, zal opleggen indien het tot een vervolging komt.

Maar wat nu als de rechter op grond van de heersende wetsuitleg tegen moeders nooit een straf zal opleggen? Dan zal de politie al die vaders die aangifte komen doen de deur moeten wijzen omdat politieoptreden niet gelegitimeerd wordt door de praktijk van de rechtspraak.

Waarom werden aangiften van vaders nooit opgenomen?

Keer op keer werden vaders gefrustreerd omdat hun aangifte niet werd opgenomen. De achterliggende reden was, dat nog nooit een moeder veroordeeld was voor onttrekking aan de omgang.

Als in de zaak van Peter Brons de moeder wordt veroordeeld, hoe gering ook, dan wordt dat allemaal anders. Dan is de politie voortaan bevoegd en verplicht om een aangifte van vaders wegens onttrekking aan de omgangsregeling door de moeder op te nemen en dwangmiddelen toe te passen. En pas dàn wordt het moeders duidelijk dat niemand boven de wet staat.